Mijn fiets. Mijn goeie, ouwe fiets die we voor 25 euro op de kop hebben kunnen tikken. Mijn uit twee andere fietsen samengestelde fiets. Mijn zilverkleurige fiets met de gouden pedalen.Die fiets hangt nog maar met touwtjes aan elkaar. Het spatbord staat parallel met mijn stuur en het kader staat helemaal krom.
Nu ben ik helemaal geen prijzenvergelijker. Als ze in een winkel vriendelijk tegen mij zijn, als de prijzen er een béétje redelijk zijn en als het een winkel is die niet te ver van huis is, ben ik al lang content.
Maar hoe moet dat dan als je een nieuwe fiets nodig hebt?
Puur instinctief zou ik zeggen: ik wil die rooie fiets op de foto hierboven! Een mooie Kronan met een rekje vanvoor, waar ik een mandje of een zakje op kan zetten, dié wil ik hebben!
Maar die mooie fiets kost blijkbaar al makkelijk 500 euro, of die firma zou failliet zijn en die fietsen zouden niet meer verdeeld worden. Helaas pindakaas.
En 500 euro is toch ook een tikkeltje teveel voor een stadsfiets die misschien-waarschijnlijk wel eens gestolen zou kunnen worden.. Langs de andere kant rij ik elke dag met de fiets, dus het moet ook gene krot zijn.
Ik weet wat het moet zijn: een leuke, liefst flashy oma-fiets, met liefst drie versnellingen.
Weet u waar ik er eentje op de kop kan tikken. Wil u er eentje voor mij op de kop tikken. Ik steek mijn tijd namelijk niet graag in prijzen vergelijken en winkels afschuimen.
Hij hoéft écht niet van twee andere fietsen gemaakt te zijn. Zelfs de gouden pedalen wil ik laten vallen.


















