Ik zei het al: onze auto is kaput. We hebben kosten.
Het rare is dat vriendlief dit voorvoeld heeft. Vorige week zei-ie: "We moeten besparen! Stel dat we grote kosten hebben, aan de auto bijvoorbeeld..."
Nu vraag ik me af: als vriendlief hier niéts over gezegd had, of we dan óók kosten gehad zouden hebben. Het antwoord is meer dan waarschijnlijk ja natuurlijk, maar ik leef toch een beetje in het waanidee dat je zo'n voorgevoelens beter voor jezelf houdt.
Dan heb ik het niet over voorgevoelens in verband met liefde en aanverwanten natuurlijk. Als dat zo was, was er helemaal geen vriendlief waarschijnlijk, en zou ik dit stukje nooit hoeven te schrijven.
Maar ik dwaal af.
Nu, het is niet zo dat we in het rood staan, dat is gelukkig nog nooit gebeurd. En onze rekening is nog wel redelijk gevuld, maar ik beken: ik kóóp nu eenmaal graag dingen.
Als ik me rot voel, of ik weet met mezelf geen blijf dan ga ik lekker naar de Hema onnozele... ehm... "spulletjes" kopen (word ik wel helemaal vrolijk van), of ik verwen mezelf (en vriendlief) met mooie lingerie.. Dat ik die enorme zakken met kommetjes van de Habitat helemaal langs twee tramritten en vijf straten heb moeten sleuren, dat heb ik er dan graag voor over. Trots en bezweet kom ik dan thuis. Dan is er de verschrikking en het hoofd-geschud van mijn wederhelft. "Wat doén we daar toch mee?!"
Ik voelde me dus onmiddellijk schuldig over dat gat in mijn hand, waar ik nu eenmaal mee geboren ben en ik begon stante pede prijzen te vergelijken, kortingsbons bij te houden en de porties eten in tweeën te delen.
Het gaat zelfs zo ver dat ik nu nog maar drie ipv vijf blaadjes toiletpapier durf te gebruiken. De tandpastatube kneep ik al uit tot op het laatste restje, dus dat is al 1-0 voor mij.
Ik durf amper nog een supermarkt binnen te stappen. Al die heerlijke hapjes die toch steeds onvermijdelijk half opgegeten in de vuilbak belanden roepen "koop mij, ik kost toch niet zó heel veel" - het lijkt wel hypnose.
Vertwijfeld, ràdeloos, stond ik gisteren rond te draaien bij het gemarineerde vlees. Het scheelde geen haar, of ik was totaal paranoïde en met mijn armen zwaaiend buitengelopen, achterna gezeten door goedkope saté's, rollen zacht toiletpapier met wel zeven laagjes, aperitiefhapjes en kerstomaatjes.
Ik doe mijn best. In mijn hoofd zit al een volledig stappenplan. Het stadscentrum is de komende maanden verboden terrein en ik moet dringend een cursus snit en naad zien te volgen.
Ik vrees dat besparingen niet voor mij zijn weggelegd. Maar ik wil er echt waar mijn best voor doen.
Dus als u, beste lezer, nog een tip heeft om onze rekening
minder zienderogen te laten slinken, geeft u die dan even mee. Doe het voor mij. En voor mijn reelaatsie.